Overtuigen doe je (niet) zo
πππ© π«π€π‘π‘π ππ€π§π¨π© π§πππ₯ ππ π’ππ§π π©π π€π€π₯π’ππ£: βπππ¨π¨πππππ£ πππ ππ π¬ππ‘ ππ§π π’π€π€ππ πππ§πππππ©πππ¨ π«π€π€π§ ππ!β ππππ£ ππ€π€ππ ππ§πππππ π€π’. ππ£ π’βπ£ π’πππ π€π€π πππ£ ππππ©ππ. πππ¨π¨πππππ£? πΏππ πππ ππ π£πππ© πππ§πππ§ π€π₯ ππ π’ππ§π π© ππππ€π€π§π.
Hoezo weet deze marktkoopman niet écht héél érg zéker dat hij de allermooiste en allerlekkerste aardbeitjes heeft? En ook nog eens voor de allerbeste prijs?
π©ππππππππππ π ππ π ππ πππ πππππ πππππππ .
En niet alleen maar omdat ik nooit op de markt loop. Maar omdat je met woorden als βmisschienβ en βwellichtβ of βeventueelβ geen volle zalen trekt.
Klinkt hard? Is het ook.
Want als jij geen volle zalen trekt loopt je portemonnee langzaam leeg. Sta je straks bij de kassa van de supermarkt en kan je niet meer afrekenen en staan mensen achter je te zuchten dat het zo lang duurt en dat je de boel ophoudt enzo.
Afijn, dat is een side effect van de ellende die komt kijken bij zeer onovertuigend woordgebruik.
Want jij hebt het allerbeste product of de allerbeste dienst of bent gewoon de beste van de beste.
π΅ππ π ππ πππππ ππ πππ.